De vennootschappen die de vroegere verplichting

evenwel in hun statuten heb¬ben opgenomen, moeten ze uiteraard wel uitvoeren en wel als volgt. Noteer echter dat deze procedure op dit ogenblik meer uitzondering dan regel is. 300. Vooraleer over enig ander punt wordt beslist, moet door de bestuurders of zaak-voerders verslag uitgebracht worden over verrichtingen waarbij een bestuurder of een lid van een college van zaakvoerders een strijdig vermogensrechtelijk belang met de vennootschap had. In dit verslag wordt informatie krediet gegeven omtrent de omstandigheden waarin tot de ver-richting of beslissing is besloten en over de voorwaarden waaronder zij tot stand zijn gekomen, alsook over de gevolgen ervan voor de vennootschap. 301. In zo’n geval wordt door de commissaris in zijn verslag een afzonderlijke uiteen-zetting gegeven geld nodig omtrent de vermogensrechtelijke gevolgen voor de vennootschap. Van deze twee verslagen wordt op de algemene vergadering lezing gegeven. 302. De coöperatieve vennootschap wordt gekenmerkt door een volledige afwezigheid van regeling inzake belangenconflicten van bestuurders met geld lenen de vennootschap. Er moe¬ten dan ook geen bijzondere verslagen opgesteld worden. B. Het verslag van het bestuur en van de commissaris303. De algemene vergadering neemt kennis van deze verslagen. De verslagen moeten niet goedgekeurd worden. In de kleine vennootschappen waar er geen jaarverslag wordt opgesteld, zal het bestuur zich mondeling moeten verantwoorden. 304. Bestuurders en commissarissen zijn verplicht om te antwoorden op de vragen van aandeelhouders met betrekking tot de agenda en het jaarverslag enerzijds, en het verslag van de commissaris anderzijds. Dit betekent dat de bestuurders altijd op de algemene vergadering aanwezig moeten zijn. De commissaris zal daarentegen slechts aanwezig moeten zijn wanneer hij een verslag heeft opgesteld. 305. Het recht van antwoord kan delicate vormen aannemen als een aandeelhouder zeer concurrentiële informatie opvraagt of informatie wil waarover de bestuurders ge-heimhoudingsplicht hebben. Zo kan relatief gemakkelijk een veroordeling opgelopen worden tot het geven van een antwoord. De algemene vergadering zou ook kunnen weigeren aan de bestuurder die niet antwoordt, kwijting te verlenen. Deze bestuurder of commissaris kan tenslotte bij stilzwijgen af gezet worden. 306. We verwijzen tevens naar punt 2. 3. van hoofdstuk 7 waar per vennootschaps¬vorm werd verwezen naar de wettelijke regeling, nieuw opgenomen in het W. Venn. , m. b. t. het recht van de bestuurder om niet te antwoorden op de door de algemene vergadering gestelde vragen.