Interpellaties

de interpellant: 10 minuten of, bij toepassing van artikel 131, nr. 3, 20 mi¬nuten;de auteurs van de interpellaties welke toegevoegd zijn aan de eerste interpel¬latie: 5 minuten of, bij toepassing van artikel 131, nr. 3, 10 minuten; de auteurs van toegevoegde vragen: 5 minuten of, bij toepassing van arti¬kel 131, nr. 3, 10 minuten;de regering: indien er slechts één interpellatie is, 10 minuten of, bij toepas¬sing van artikel 131, nr. 3, 20 minuten;indien er interpellaties zijn toegevoegd, 20 minuten of, bij toepassing van artikel geld nodig 131, nr.

3, 40 minuten;b)    indien de regering op slechts één interpellatie heeft geantwoord: achtereen-volgens de interpellant, de auteurs van de toegevoegde vragen en ten hoogste drie andere leden: 5 minuten of, bij toepassing van artikel 131, nr. 3, 10 mi-nuten;indien de regering op meerdere interpellaties heeft geantwoord: de interpel- lanten: 5 minuten of, bij toepassing van artikel 131, nr. 3, 10 minuten; indien de kamervoorzitter met toepassing van voornoemde bepaling boven¬dien andere sprekers heeft toegelaten: 5 respectievelijk 10 minuten per spre¬ker, afhankelijk krediet van de beslissing van de voorzitter;c)         indien de regering niet antwoordt, alleen de interpellanten: 5 minuten of, bij toepassing van artikel 131, nr. 3, 10 minuten;d)   wanneer het een interpellatie geldt die bij de bespreking over een begroting is gevoegd, alleen de interpellant: 10 minuten of, bij toepassing van arti¬kel 131, nr. 3, 20 minuten;e)      bij toepassing van artikel 131, nr. 3, kan de voorzitter de onder b) gestelde beperking niet toepasselijk verklaren.

4° Mondelinge vragen en antwoorden:a)   mondelinge vragen in plenum (art. 124): 2 minuten voor de vraagsteller, 2 minuten voor het antwoord van de regering en 1 minuut voor de eventuele repliek van de vraagsteller;b)  actualiteitsdebat in plenum (art. 125): 2 minuten voor iedere vraagsteller, 5 minuten voor het antwoord van de regering, 2 minuten voor de eventuele replieken van de vraagstellers, 2 minuten voor de andere sprekers (voor of na het antwoord van de regering, één per fractie);c)     dringende vragen (art. 126 en 129): 2 minuten voor de vraagsteller, 2 minu¬ten voor het antwoord van de regering en 1 minuut voor de eventuele repliek van de vraagsteller;d)        mondelinge vragen in commissie (art. 127): totale spreektijd voor vraag en antwoord, 5 minuten, totale lenen spreektijd voor aanvullende vraag en antwoord, 2 minuten.